Alles is een illusie is een illusie

Sanne Burger

30 april 2024

Over magisch denken, het privilege van de rijken en spirituele arrogantie

 

Als alles een illusie is, dan is ook de bewering dat alles een illusie is, een illusie. De uitspraak is een ontkenning in zichzelf. Het is een holle frase. Daarnaast, in alle religies, spirituele stromingen en mysteriescholen gaat men uit van het principe dat God, Brahma, Allah, het grote mysterie, Spirit, Source, de Tao, bewustzijn – hoe je het scheppende principe ook noemen wilt – de aarde en de mensheid schiep om zichzelf te ervaren. Vanuit die optiek is deze werkelijkheid een manier voor het goddelijke om zichzelf te ervaren, in alle facetten. Dat maakt deze werkelijkheid juist werkelijker dan wat dan ook! Waarom beweren dan toch zoveel mensen: alles is een illusie? In het huidige digitale tijdperk wordt geopperd dat deze werkelijkheid een computerspel is, een geavanceerd hologram of driedimensionale VR (virtual reality). Dat is niet meer dan een variatie op het thema: alles is een illusie. Wat is de intentie van deze bewering? Wat zit erachter?

Is wellicht de ware reden dat mensen de werkelijkheid graag als illusie zien, het feit dat ze haar daarmee minder belangrijk en op die manier minder pijnlijk maken? Maar is dat niet dezelfde strategie als de struisvogel die zijn kop in het zand steekt als er gevaar dreigt (wat een echte struisvogel overigens nooit doet), of dezelfde misvatting als die van de peuter die gelooft dat als hij zijn handjes voor zijn ogen doet, dat wat hij niet meer ziet er ook niet meer is? Hebben wij behoefte aan het relativeren van de werkelijkheid omdat ze anders teveel pijn doet? Voegen we daarom vaak het woordje ‘maar’ toe: het is maar een illusie?

Stel je voor, je partner heeft je verlaten en je wordt verteerd door liefdesverdriet. Hoe pijnlijk is het dan als een goede vriend of vriendin tegen je zegt: “Ach, het is maar een illusie”. Denkt zo iemand nou echt dat hij je daarmee troost, of heeft hij een andere reden om jouw pijn te relativeren? Of stel je voor dat je op bezoek gaat bij een vriend die net veroordeeld is tot 20 jaar gevangenisstraf. Je haalt het toch niet in je hoofd om tegen hem te zeggen dat vrijheid een illusie is, of dat vrijheid van binnen zit?
De frase “Alles is een illusie” wordt maar al te vaak gebruikt om pijn en tegenslag te bagatelliseren, in de hoop dat we dan de pijn niet hoeven voelen.

Vaak hoor je zeggen: je moet eerst beseffen dat deze werkelijkheid een illusie is, voordat je haar naar je hand kunt zetten en een illusie kunt scheppen die prettig voor je is. Maar waarom zou je je bezighouden met iets dat niet bestaat? Want dat is immers de definitie van illusie: het is iets waarvan je alleen maar dénkt dat het bestaat! Het is toch absurd om aandacht te besteden aan iets dat niet bestaat, zo gauw je weet dat het niet bestaat? Je gaat toch ook niet je eigen valuta printen als je weet dat je er niet mee kunt betalen?

Misschien maakt de behoefte aan macht en controle ook deel uit van de opvatting: alles is een illusie. Illusie is immers makkelijker te manipuleren, want ze is vluchtiger en beweeglijker dan de solide, onbuigzame werkelijkheid. “Alles is illusie” biedt een vorm van troost, net als “Het is maar een film” of “Het was maar een droom”. Als je wakker wordt uit een nachtmerrie ben je opgelucht dat het niet echt was, want daarmee is ogenblikkelijk het gevaar geweken. Als alles een illusie is, dan kan niets je werkelijk raken. Dat is een heel aantrekkelijk idee, vooral als je je nietig en kwetsbaar voelt, overweldigd door het geweld en het onrecht in de wereld. Even kun je ontsnappen aan de beperkende wetmatigheden van deze wereld, al is het maar in je verbeelding.

Deze massieve, verpletterende, angstaanjagende werkelijkheid … hoe kun je haar bezweren? Hoe krijg je haar onder controle? Hoe kun je haar laten doen wat jij wilt, in plaats van dat je je de speelbal voelt van haar grillen en impulsen? Magisch denken lijkt daar de oplossing, al heel vroeg in je leven. Stel je voor, je bent 7 jaar en je wilt voor je 8e verjaardag een fiets. Je zet FIETS met koeienletters op je verlanglijstje en iedere avond voor je gaat slapen denk je heel hard aan die nieuwe fiets. Je stelt je voor hoe hard je zult gaan en hoe blij je zult zijn als je hem krijgt. En dan ben je jarig en krijg je die fiets.
“Ik wist het!” zeg je. De kans is groot dat je echt gelooft dat je die fiets gekregen hebt omdat je het zo hard gewenst hebt, maar de waarheid is dat je die fiets gekregen hebt omdat je ouders geld hadden en het in deze cultuur normaal is om kinderen van 8 jaar een nieuwe fiets voor hun verjaardag te geven. Het waren niet je gedachten, maar de omstandigheden die die fiets voor je gecreëerd hebben.
Als een kind dat in armoede leeft in bijvoorbeeld Soedan op een dag langs een elektronicazaak loopt en op de enige televisie in de etalage een filmpje ziet van een jongetje op een fiets, is het heel goed mogelijk dat hij vanaf dat moment ook droomt over een fiets. Zijn gedachten zijn hetzelfde als de gedachten van dat rijke jochie in Nederland, maar hij gaat die fiets niet krijgen, want zijn ouders hebben geen geld. Kinderen in Soedan krijgen geen fietsen, hoe graag ze het ook willen.

Dus als je het hebt over de manifesterende kracht van gedachten waarmee je deze illusoire werkelijkheid naar je hand kunt zetten, wat bedoel je daar dan precies mee? Zijn je gedachten echt creatief, of is het het privilege van rijkdom: een manier van denken die dankzij de veiligheid, de rijkdom, luxe en het comfort waarin je als rijk, verwend kind grootgebracht bent een vanzelfsprekendheid is geworden?
Want let’s face it: de luxe en de vrijheid om de werkelijkheid naar hun hand te zetten, hebben de meeste mensen helemaal niet! Kijk om je heen: de meeste mensen zitten muurvast. Het is ronduit wreed om tegen een moeder in een sloppenwijk in Afrika die maar drie van haar zeven kinderen in leven heeft weten te houden, te zeggen: “Maak je niet druk joh, het is toch allemaal een illusie”. Dit is een extreem voorbeeld, maar het geldt voor de meeste mensen over de hele wereld: ze zitten muurvast. Ze verdienen je compassie, niet je betweterige spirituele arrogantie.
Het is wreed om op basis van je eigen gespreide bedje, je eigen vanzelfsprekende geluk, comfort, rijkdom, veiligheid en mogelijkheden, tegen anderen te zeggen dat ze dezelfde mogelijkheden hebben als jij. De mensen die ploeteren, ook in Nederland, de mensen die vastzitten, de mensen die geen andere mogelijkheid zien om voor hun gezin te zorgen dan zich te committeren aan een leven dat helemaal niet uitdagend, opwindend of avontuurlijk is; de mensen die maar net de huur kunnen betalen en het zich niet kunnen veroorloven om biologisch te eten, een yoga-opleiding te doen of naar een spirituele event te gaan … die mensen weten niet waar je het over hebt. Die mensen hebben helemaal niet per definitie minder creatief vermogen dan jij. Ze hebben gewoon minder kansen gehad dan jij.

De spirituele arrogantie van de bewering dat iedereen zijn of haar eigen leven creëert, is een subtiele vorm van wreedheid. Het is wreed naar iedereen die echte problemen heeft, naar iedereen die honger heeft, ziek is of ongelukkig is. Zeg je tegen iemand die een ongeluk heeft gehad en beide benen heeft verloren: “Dat heb je zelf gecreëerd?” Zeg je tegen een moeder die net haar kind verloren heeft: “Alles is een illusie”? Dat zou absurd zijn! Zeg je tegen iemand die ziek is: “Daar heb je zelf voor gekozen”, of: “Je ziek zijn is een illusie”? Alsjeblieft niet, zeg. Daarmee illustreer je alleen maar je eigen gebrek aan compassie en je angst om het leven in al haar facetten te omarmen. Daarmee doe je de oorspronkelijke functie van deze werkelijkheid: het scheppen van de mogelijkheid voor het goddelijke om zichzelf volledig te ervaren, geweld aan.

“Alles is een illusie” kan gevaarlijke proporties aannemen. Het kan leiden tot de ontkenning van rouw, pijn, verlies, wetmatigheden en de harde feiten. Er zijn bijvoorbeeld mensen die zeggen: “De covidspuiten zijn alleen maar gevaarlijk als je gelooft dat ze gevaarlijk zijn.” Met een dergelijke redenatie – een goed voorbeeld van magisch denken – ontken je een belangrijke wetmatigheid, namelijk: als je gif in je lichaam stopt, dan beschadigt dat je lichaam en daar kun je ziek van worden en sterven.
Ja, als je een hele optimistische en vrolijke levenshouding hebt, dan is het zeer wel mogelijk dat je inderdaad minder ziek wordt van de spuiten of van welk gif dan ook, maar toch moet je voorzichtig zijn met een dergelijke redenatie, want een bepaalde hoeveelheid gif kun je niet neutraliseren met magisch denken.
Als de geboortedaling sinds 2020 zo groot is dat er in 2023 in Europa een geboortedaling was van een miljoen baby’s, zoals Naomi Wolf heeft gedocumenteerd, dan kun je wel zeggen: “Alles is een illusie” of “Dat moest zo zijn”, maar daarmee rechtvaardig je het onrecht en geef je toe aan je cognitieve dissonantie, die louter dient om de pijn van het onrecht niet te hoeven voelen. Je bagatelliseert de ernst en de tragiek van het verpletterende feit dat de covidprikken onvruchtbaarheid veroorzaken.

Kortom, de frase “Alles is een illusie” is een cop out. Het is veel belangrijker om onderscheid te maken tussen wat illusie is en wat niet. Een groot deel van de werkelijkheid is inderdaad illusie. De meeste verhalen die we onszelf vertellen over onszelf en de wereld zijn illusie. Een heleboel oordelen die we hebben over onszelf en anderen zijn illusie. Zo’n beetje alles wat je in de media hoort is illusie. Tot op zekere hoogte verkeren we allemaal in illusie, bijvoorbeeld de illusie dat de overheid of de medische industrie het goed met ons voor heeft. We maken onszelf een hoop wijs, maar dat betekent niet dat alles illusie is. Dat categorische absolutisme klopt niet, want op het moment dat je de illusie doorziet, juist dan kom je dichterbij wat níet illusie is, namelijk de werkelijkheid zoals ze is, gestript van alle interpretatie, pijnvermijden en ontkenning. Dat heldere waarnemen kun je trainen, dus waar wil je je aandacht op richten? Op het mooier maken van een illusoire werkelijkheid, of op het trainen van je heldere waarneming en je onderscheidingsvermogen?

Wat als het in werkelijkheid precies andersom is? Wat als deze werkelijkheid en alléén deze werkelijkheid: ons lichaam, onze omgeving, dat wat we met onze zintuigen waarnemen in het hier en nu, het enige werkelijke is wat er is, en dat juist de rest illusie is? Wat als alle theorieën en concepten over de relativiteit van deze werkelijkheid illusie zijn en alleen maar tot doel hebben om haar minder intens en pijnlijk te maken? Als dit de enige werkelijkheid is en er zou niks anders zijn – geen hiernamaals, geen hemel, geen volgend leven, geen ontwaken, geen bevrijding, geen verlichting, geen ontsnapping, geen bewustzijn buiten dit bewustzijn – zouden we ons dan niet vreselijk verantwoordelijk en gevangen voelen? Zou het gewicht van die verantwoordelijkheid wellicht verpletterend zijn, omdat daarmee alles wat we zouden doen, denken en voelen onnoemelijk belangrijk zou worden? Zouden we het leven niet veel serieuzer nemen dan dat we nu doen? En als dat zo was, zou dat erg zijn? Wat is er mis met het leven bloedserieus nemen? Wat is er mis met het zien van deze werkelijkheid als de ultieme, ja zelfs enige expressie van het goddelijke?

Dit is de enige werkelijkheid waarin we iedere ochtend wakker worden, elke dag opnieuw. Dat is toch niet toevallig? Dat zou toch genoeg bewijs moeten zijn voor het feit dat deze werkelijkheid verre van illusoir is? Deze werkelijkheid is iedere ochtend vrijwel identiek, jijzelf incluis. Dat is een wonder! Ja, iedere dag ben je ietsje ouder, maar het verschil is zo miniem, zeker als je geen kind meer bent, dat je het meestal niet opmerkt. De soliditeit van deze werkelijkheid is significant. Geen enkele andere werkelijkheid is zo solide en duurzaam. Waarom zou je als je ’s ochtends wakker wordt tegen jezelf zeggen: “Dit is maar een illusie”? Waarom zeg je niet: “Dit is de ultieme goddelijke expressie en ik maak er deel van uit”? Dat laatste is toch veel spannender?

Misschien is de ware uitdaging van het mens zijn in staat te zijn om het leven dat je hebt volledig te aanvaarden – maar dan ook echt, zonder enige tussenkomst van fantasie, ontkenning of interpretatie. Misschien gaat het niet om het creëren van of fantaseren over een perfect, beter of ander leven, maar om het volledig omarmen van het leven dat je hebt, inclusief alle pijn en tegenslag. Misschien zit de ultieme vrijheid hem wel in het inzicht: niks is illusie. Alles is levensecht.

Sanne Burger
sanneburger.com

8 Reacties

  1. hans van brandt

    ‘white privelege’ : wat een onzin woord. Alsof rijken en rijkdom, privilegies alleen temidden van ‘whites’ (sic) bestaan. Het is zo in om als ‘witgeborene’ je eigen cultuur uit te ‘blanken’, in haar hemdje te zetten. Staat intelligent. Bepaald een illusie. Voor het overige een lezenswaardig artikel, al was het maar omdat het tegen de stroom der gewatteerde gedachten oproeit.

    Antwoord
    • Sanne Burger

      Goed punt! Ik heb het aangepast tot wat ik werkelijk bedoelde: het privilege van de rijken.

      Antwoord
      • Henk Hupkes

        Dank voor je palet! Ik ben een fan van wat David Icke probeert te verwoorden in Het Antwoord. Mag ik vragen hoe dat met jou resoneert, Sanne?

        Antwoord
        • Sanne Burger

          Ik ken Het Antwoord van Icke niet!

          Antwoord
          • Pieter de Graaf

            Het leven is rauw en hard als je alles op je in laat werken. De illusie geeft de mogelijkheid om die harde rauwe werkelijkheid te bagatelliseren.

          • Sanne Burger

            Bedoel je relativeren? Ja, misschien kunnen we niet zonder verhalen.

  2. AntiSoof

    En toch is het leven zoals we dat waarnemen volgens mijn idee een illusie. Onze hersenen projecteren de omgeving in ons hoofd en we verbinden daar emoties en woorden aan.
    Maar het gaat er niet om of het leven dit of dat zou zijn. De vraag of de wereld een illusie is, is op zich misschien fout. De wereld is volgens mij gedeeltelijk dus wel een illusie, maar we hoeven daar niet over na te denken anders dan kennis en inzicht daarover te gebruiken. Het gaat dus om het toepassen van deze kennis en niet hoe of wat.

    Hoe bedoel ik dat? Ik bedoel: je hoeft niet te weten dat we afgesproken hebben dat één plus één twee is. Daar hoeven we niet over te twisten maar we kunnen de kennis wel toepassen. We hoeven dus niet bakkeleien over die som, het gaat om de toepassing van de kennis.

    Als we bijvoorbeeld weten dat dokters gehersenspoeld zijn met hun kennis en we weten dat die kennis soms fout is, dan gaan we niet met de dokter in gesprek daarover (jij of zij ziet je al aankomen), maar negeren zijn medicijn. Als we weten dat de meeste mensen in die illusie gevangen zitten en niet begrijpen dat dat zo is, dan begrijpen we de waanzinnigheid van velen. Dan kunnen we daar vrede mee hebben of er wat aan proberen te veranderen.

    Volgens mij zijn we dieren met verstand. Dat verstand is er door het praten en vooral het lezen. Maar dat verstand maakt ook dat we gedeeltelijk krankzinnig geworden zijn door al de woorden. We moeten ook beseffen dat er slechte mensen bestaan die het verstand en de emoties van anderen vreselijk misbruiken om zelf rijk en machtig te worden. Er zijn ook mensen die denken dat ze leeuwen of jagers of zo zijn. Althans, zo gedraagt men zich.

    Dus ik denk dat de wereld materieel gezien natuurlijk echt is, maar de invulling die het bewustzijn eraan geeft is zeer arbitrair en vaak een illusie. En dat noem ik dus een illusie die vervangen kan worden door een wél werkelijk(er) beeld en kennis. Zelf volgde ik meerdere mensen om wat zelfinzicht te krijgen; Krishnamurti (alles is hebzucht), Boeddha (de weg van de goedheid), Jezus (de weg van de liefde) maar vooral de weg van het non-dualisme heeft me veel gegeven en de geestelijke ogen geopend. Ook zo een boek van het Drama van het begaafde kind is trouwens een eyeopener waar ik veel aan had, maar dit terzijde.

    Dus de wereld van het bewustzijn is volgens mij zeker 90 procent een invuloefening van het brein en dus eigenlijk een illusie. We zullen volgens velen, Meester moeten worden over het ‘zelf’. De illusie van het beest in ons zouden we moeten overstijgen, onze dierlijkheid zouden we een beetje moeten leren kennen. Volwassen worden. En dus is stellen dat de wereld eigenlijk een illusie is een goede werkhouding.

    Maar je kunt begrijpen dat dit onderwerp één van de moeilijkste is om te omschrijven. Ik had niet voor niets zoveel kennis nodig om de illusie te leren begrijpen. Dat kan ik niet in één A-viertje mededelen. Maar wellicht heeft iemand wat aan mijn schrijfoefening?

    Antwoord
    • Sanne Burger

      Hoi Rafael, dank voor je uiteenzetting. Volgens mij zijn we veel meer dan dieren met verstand.

      Antwoord

Geef een reactie

You might like this too …

Eind goed al goed?

Eind goed al goed?

(Dit is een artikel geschreven in februari 2023 - oorspronkelijk in het Engels, nu pas vertaald in het Nederlands.) Ik...

De schrijver en de monnik

De schrijver en de monnik

Meditatie is niet goed voor een schrijver Het is het laatste wat hij zou moeten doen Een schrijver heeft geen lege of...

Nieuwe artikelen direct in je inbox?

Schrijf je in op mijn mailinglist.

Je krijgt een mailtje waarin je je inschrijving moet bevestigen - gemakkelijk!

 

Gelukt! Je hoeft nu alleen nog maar per mail je inschrijving te bevestigen en dan ontvang je elk nieuw artikel direct in je inbox.