Een moeilijk gesprek 2 – De moeders

Sanne Burger

20 januari 2023

Twee moeders staan op het schoolplein op hun kind te wachten.
Zegt de een: ‘Ik ben blij dat ik nog de baas ben over mijn jongste.’
Zegt de ander: ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou gewoon, ze gaat zonder tegenstribbelen mee naar de GGD, prikje erin en klaar. Nee, dan mijn oudste, die wil nog steeds niet. Die wil niks, dus ook geen covidprik. Pubers. Ik heb hem al honderd keer verteld dat hij egoïstisch is en rekening moet houden met de rest van de familie, maar hij trekt zich er niks van aan. Dan ga ik maar niet naar oma, zei hij, toen ze nog leefde. En nu kan het niet meer.’
‘Hoe oud is je dochter?’
‘Net 5. Gelukkig, anders kwam ze niet in aanmerking. Hoe oud zijn die van jou?’
‘De jongste is 6 en de oudste is 14.’
‘Oh, je oudste is even oud als die van mij. En doet die van jou ook zo moeilijk?’
‘Valt wel mee. Had je dochter last van de prik?’
‘Welnee joh. Ze viel wel even flauw, maar dat was gewoon aanstellerij, had ze op TikTok gezien. Die kinderen zitten tegenwoordig continu op hun telefoon en apen elkaar na, toch? Ze zegt dat ze nog steeds pijn in haar arm heeft, maar ik geloof er niks van. Gewoon flink zijn, zeg ik tegen haar. Je doet het voor de ander. Pleister erop, mondkapje op, niks aan de hand. Gewoon meedoen.’
‘Geloof jij dat?’
‘Wat?’
‘Dat je het voor de ander doet?’
‘Ja, natuurlijk. Als we ons niet allemaal laten prikken, bereiken we nooit groepsimmuniteit. Dat er nu nog steeds mensen zijn die weigeren zich te laten vaccineren, vind ik onbegrijpelijk. Dat soort mensen zijn even erg als mijn zoon. Die deugen niet.’
‘Volgens mij heeft je zoon er goed aan gedaan zich niet te laten vaccineren.’
‘Pardon?’
‘Ik heb me ook niet laten vaccineren, en mijn kinderen uiteraard ook niet. Mijn zoon liet zich bijna overhalen door mensen zoals jij, maar gelukkig ging hij niet voor de bijl.’
Moeder 2 doet een stapje achteruit.
‘Dat meen je niet.’
‘Jazeker wel. Ik vind het verachtelijk wanneer ouders hun kinderen laten inspuiten met een experimenteel vaccin en er dan nog over opscheppen ook. Alsof het een verdienste is om je kind niet te beschermen tegen gevaar.’
‘Oh God. Jij bent een complotdenker. Dat had ik niet achter je gezocht. Je ziet er zo normaal uit.’
‘Ja, jij ook. Ik had nooit gedacht dat je zo lui en dom zou zijn dat je op basis van een propagandamachine je eigen kinderen in gevaar zou brengen. Maar blijkbaar is het belangrijker voor je om niet uit de toon te vallen dan om na te gaan wat je je kinderen aandoet.’
‘Hoe durf je? Wat nou propaganda?’
‘Wat nou complotdenker?’
‘Oh, is wappie beter, misschien?’
‘Nee, het is beide respectloos en getuigt van een schrijnend gebrek aan inzicht. Ik heb het helemaal gehad met die zelfgenoegzaamheid van jullie deugmensen. Wie denk je wel dat je bent? Het enige wat je doet is wat je verteld wordt en daar ontleen je dan een soort superioriteit aan, waardoor je denkt dat je het recht hebt om mij en andere mensen die wél uitzoeken hoe het zit, uit liefde voor onze kinderen, te veroordelen.’
‘Nou vraag ik je. Zeg je nou dat ik niet van mijn kinderen houd?’
‘Jawel hoor, vast. Alleen hebben ze er weinig aan als je ze dwingt om zich met gif te laten inspuiten en zich te conformeren aan belachelijke, zinloze regels.’
‘Gut ja, nu zie ik het. Jij bent dat mens die vorig jaar geen mondkapje droeg. Ik had het kunnen weten.’
‘Ja, ik was al verbaasd dat je tegen me sprak, want vorig jaar negeerde je me. Je let blijkbaar wel vaker niet op. Als je beter opgelet had, had je je dochter nooit laten vaccineren.’
‘Oja? Wie is er hier nu zelfgenoegzaam? Jij brengt je kinderen in gevaar door ze niet te laten vaccineren. Goede moeder ben je! En niet alleen je kinderen, maar ook de rest van de mensheid. Jij en je kinderen zijn een gevaar voor de samenleving! Mensen zoals jij zouden opgepakt moeten worden!’
‘Ja? Dan zou je je zoon ook moeten laten oppakken. Goede moeder ben jij. Je zou je eigen kind nog laten opsluiten als hij de regels niet volgt. Doet me ergens aan denken.’
‘Waaraan?’
‘Aan de Holocaust. Wist je dat toen in de krant stond dat Joden besmettelijke ziekten bij zich droegen en voor de veiligheid van de samenleving gedetineerd moesten worden?’
‘Dat is niet waar.’
‘Dat is wel waar. Een aantal van die kranten is bewaard gebleven. Het staat letterlijk zwart op wit.’
‘Nou, misschien was het dan wel waar.’
‘Denk je dat echt, of komt het je goed uit om dat te denken? Jahoor, zes miljoen joden zijn omgebracht omdat ze een besmettelijke ziekte hadden. Geloof je het zelf?’
‘Je vergelijk is belachelijk. We leven nu in andere tijden.’
‘Denk je? Jij zegt nu toch ook dat mensen zoals ik opgepakt zouden moeten worden? Wat is het verschil?’
‘Nu is het echt zo. Er is echt een killervirus, dat niet alleen Joden aanvalt, maar iedereen.’
‘Ja? En hoe weet je dat?’
‘Algemene ontwikkeling. Vroeger waren de mensen ongeletterd en slecht opgeleid, dus waren ze gemakkelijk te misleiden, maar tegenwoordig heeft bijna iedereen een goede opleiding. Nou ja, jij waarschijnlijk niet. Dat zou je belachelijke standpunt verklaren.’
‘Sorry, die vlieger gaat niet op. Ik heb een master in sociale wetenschappen en economie. Met mijn denkvermogen is niks mis. En jij?’
‘Wat?’
‘Wat heb jij gestudeerd?’
‘Ik heb de verpleegstersopleiding gedaan, maar mijn man heeft wel gestudeerd. Hij is arts en hij is ook gevaccineerd.’
‘Natuurlijk. Dus je verlaat je op je man? Zou ik niet doen.’
‘Neenee, dat bedoel ik niet. Jij weet niet wat wij als zorgpersoneel allemaal voor onze kiezen gekregen hebben, hoeveel van onze patiënten we tijdens de pandemie zijn kwijtgeraakt. Als je dat wist, zou je wel twee keer nadenken voor je je niet liet vaccineren. Maar trouwens, als wij ons niet lieten vaccineren, zouden we onze baan kwijt zijn. Daar zat niemand op te wachten.’
‘Hehe, nu ben je tenminste eerlijk. Maar stel nou dat die oudjes niet aan corona bezweken, maar aan de maatregelen? Waar werk je?’
‘In het ouderencentrum hier verderop.’
‘En die oudjes mochten geen bezoek ontvangen?’
‘Nee, maar dat was voor hun eigen bestwil.’
‘Is dat zo? Of zou het kunnen dat ze daaraan gestorven zijn? Aan angst en eenzaamheid? En aan verontachtzaming van het personeel? En aan de spuiten? Zij waren immers het eerst aan de beurt, weet je nog? En ze gingen ook het eerste dood.’
Moeder 2 kijkt moeder 1 met grote ogen aan.
Het kwartje lijkt te vallen.
Net op dat moment komen de kinderen aanlopen.
‘Dag schatje!’ zegt moeder 1 tegen haar dochter, en tegen moeder 2:
‘We hebben het er nog wel over. Sorry dat ik zo bot was. Sterkte met je dochter en zeg tegen je zoon dat je trots op hem bent.’

Sanne Burger
sanneburger.com

You might like this too …

1 Reactie

  1. Loes

    Sanne wat schrijf jij toch goed! Dankjewel!

    Antwoord

Geef een reactie

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in op mijn nieuwsbrief om nieuwe artikelen en aankondigingen van nieuwe trainingen direct in je inbox te ontvangen!

 

Je aanmelding is gelukt!