Verraad

 

We mochten elkaar vanaf het begin al niet. Zij was een jaar eerder begonnen dan ik, waardoor ze me steeds een stap voor was. We waren allebei getalenteerd en gedreven, maar terwijl ik tijdens de training voor de thee en bloemen mocht zorgen, assisteerde zij al bij het lesgeven.
Ik was jaloers op het feit dat zij de hele dag naast de leraar mocht zitten.
Zij vond mij een aanstelster, ik vond haar lelijk.
Zij vond mij luidruchtig, ik vond haar stiekem.
Zij vond mij een mannengek, ik vond haar net een non.
We hadden allebei gelijk.

Kwam ik met enorme hakken net op tijd om ze nog uit te schoppen voor de les begon, stond zij in haar Birkenstocks met geitenwollen sokken en haar armen over elkaar hoofdschuddend naar me te kijken.
‘Ik zou dat niet kunnen dragen’, zei ze dan met haar lelijke accent.
‘Ik dat van jou ook niet’, bitste ik dan terug. ‘Ik moet er niet aan denken.’
De week daarop droeg ik nog hogere hakken, alleen om haar te stangen.
Zij droeg antroposofische gebreide pantoffels in alle kleuren van de regenboog.
‘Kleurt leuk bij je oranje haar’ zei ik.
‘Kun je nog wel rechtop staan?’ vroeg zij.

‘Hou eens op met die rivaliteit’, zei de leraar weleens, maar dat mocht niet baten. We waren allebei verliefd op hem en streden om zijn onverdeelde aandacht. Van mij wist iedereen het omdat ik het er steeds over had. Van haar wist bijna niemand het, omdat ze het in alle toonaarden ontkende. Ik vroeg me af of de leraar het zelf wel door had. Maar zij greep ondertussen iedere mogelijkheid aan om me te weren.

Op een zaterdagmorgen kwam ik aan bij de weekendtraining, mijn armen vol bloemen. Ik was net op tijd en gaf links en rechts zoenen aan de deelnemers, terwijl ik me naar de keuken haastte om thee te zetten. Maar Birkenstock versperde me de weg.
‘Wat kom je doen?’ vroeg ze.
‘Wat denk je zelf?’ vroeg ik. ‘Ik kom assisteren.’
‘Daar weet ik niks van’, zei ze. ‘Er zijn al vijf assistenten, dus we hebben jou niet nodig. Geef de bloemen maar aan mij, dan kun je gaan.’
Ze pakte hardhandig de bloemen van me af en liep naar de keuken. Hulpeloos probeerde ik de blik van de leraar op te vangen die aan de andere kant van de zaal zat. Hij stond op het punt te beginnen. Het was precies het verkeerde moment om naar hem toe te gaan, dus ik besloot om dan maar naar huis te gaan. Verslagen keerde ik om en liep zo snel mogelijk naar buiten, voordat ik ging huilen. Op de fiets liet ik mijn tranen de vrije loop.

Vanaf het begin had de leraar vriendelijk maar beslist verkondigd dat het uitgesloten was dat een leraar een relatie begon met een leerling. Ik geloofde er geen woord van en gooide al mijn charmes in de strijd, maar ik ontdekte gaandeweg dat deze man anders was dan ik had verwacht.
‘Lieverd’, zei hij, ‘als ik een relatie met een leerling zou beginnen zou dat niet alleen haar en mijn partner schaden, maar ook mijzelf, en niet in de laatste plaats mijn leraarschap. Als je als leraar geen seksuele veiligheid kunt bieden aan je leerlingen ben je niet alleen waardeloos, maar zelfs gevaarlijk voor je leerlingen. Seksuele veiligheid is de basis van de training.’
Om de één of andere reden zat Birkenstock ook bij dat gesprek.
Ze zat heftig te knikken en toen de meester zweeg zei ze fel: ‘Snap je het nu eindelijk?’

In de daaropvolgende jaren veranderde mijn aanvankelijke verliefdheid in diep respect en genegenheid voor deze leraar. Onder zijn leiding ontstond een hechte groep van meer dan dertig trainers. Ik werd zelf trainster en leerde zelfs samenwerken met Birkenstock, al verdween de kilte tussen ons nooit helemaal. Ik kreeg zelf leerlingen en prijsde me gelukkig met het inzicht dat ik gekregen had.

Toen kwam de dag dat de leraar stopte met lesgeven. Hij had het zeven jaar eerder al aangekondigd, maar we wilden geen van allen afscheid van hem nemen.
‘Het is tijd’, zei hij. ‘Jullie kunnen het nu zelf. Ik ga naar China.’
Hij gaf een groot afscheidsfeest waarbij hij de scepter ritueel overdroeg aan zijn vijf meest gevorderde leerlingen. Ik hoorde daar niet bij, maar Birkenstock wel. Ze stond te glunderen op het podium. Ze wreef zich zowat tegen hem aan.
Drie weken nadat de meester vertrokken was ontving ik een groepsmail, gericht aan alle instructeurs. Hij was van de nieuwe leiding.

Lieve allemaal,

Zoals jullie weten heeft onze geliefde leraar bij zijn vertrek ons vijven de leiding gegeven over de organisatie. In die hoedanigheid willen we jullie bij deze op de hoogte brengen van het heuglijke nieuws: Birkenstock is verloofd! Deze verloving staat symbool voor een belangrijke stap binnen onze organisatie. Een stap naar meer vrijheid, liefde en flexibiliteit (zie attachment). We heten jullie allen van harte welkom op het verlovingsfeest.

Hartelijke groeten,

De Vijf

Met kloppend hart opende ik het attachment. Ik had zelf het oude protocol nog geredigeerd, dus ik wist precies wat er stond. Wat ik vreesde was waar. De regel: ‘Een leraar mag geen seksuele relatie aangaan met een leerling’ was gewist.

Ik ging naar het verlovingsfeest omdat ik het niet kon geloven. Ik wilde het met mijn eigen ogen zien. Het was even druk als op het afscheidsfeest van de leraar, nog geen maand eerder.
‘Wat leuk om je weer te zien!’, zei iedereen.
‘Is het niet geweldig? Ze gaan trouwen!’
Daar was Birkenstock. Ze had een strakke rode jurk aan, maar droeg daaronder nog steeds die lelijke sandalen. Dit keer met roze wollen sokken.
‘Dat mens heeft echt geen smaak’, schoot door me heen.
Toen ze me zag liep ze zo kordaat op me af dat ik instinctief mijn armen ophief om me te verdedigen. Ze lachte hartelijk om mijn gebaar en toen ik mijn armen weer liet zakken kneep ze me haast fijn in haar omhelzing.
‘Wat geweldig dat je gekomen bent!’, zei ze. ‘Nu kunnen we eindelijk het verleden loslaten. Laat me je mijn verloofde voorstellen!’
Alsof ik hem niet kende. Het was Robbert Jan, haar eigen leerling. Ze gaf hem al vijf jaar les. Iedereen kende Robbert Jan. Hij had een paar jaar geleden op de kalender van de Playboy gestaan. Daar plaagden we hem altijd mee.

‘Nee’, zei ik.
‘Wat nee?’, zei Birkenstock met een lieve glimlach.
‘Ik ga jouw leerling geen hand geven in de hoedanigheid van jouw verloofde’, zei ik.
Even zag ik iets flitsen voor haar ogen, alsof er een vlies voor schoof.
‘Dan ga je toch lekker naar China?’, zei ze met ijskoude stem.
Haar glimlach was weg, haar mond een dunne witte streep.
‘Dat wilde je toch altijd al? Alleen jij en de leraar?’
Ik beet op mijn tong in een poging om niks terug te zeggen, maar het lukte niet.
‘Verraadster’, beet ik haar toe.

Met de smaak van bloed in mijn mond liep ik naar buiten.

Delen:

Geef een reactie