De waarheid staat in de oude geschriften

 

Er was eens een jonge man die hevig verlangde naar de waarheid. Hij besloot om op pelgrimstocht te gaan. Na een lange tocht door de bergen kwam hij aan bij een klooster en klopte op de poort. Na lang wachten deed de abt open, hij zag de ernst op het gezicht van de pelgrim en liet hem binnen.

De jonge man betrok het klooster en bekeerde zich tot monnik. Zijn ijver, geduld en precisie werden alom gewaardeerd. Na een tijdje kreeg hij kreeg de eervolle taak de oude werken over te schrijven (het was nog voor de boekdrukkunst). Zo zat de jonge monnik vele jaren in de bibliotheek. Zijn penseelkunsten werden bekend tot ver buiten het klooster. Van heinde en ver kwamen monniken naar het klooster om zijn prachtige werk te kopen.

Op een mooie dag kwam de abt naar naar de bibliotheek waar onze monnik, inmiddels niet zo jong meer, met overgave zijn monnikenwerk zat te doen. ‘Je bent een grote aanwinst voor ons klooster’, sprak de abt.
De monnik zag zijn kans schoon en vroeg: ‘Mag ik U iets vragen, eerwaarde abt?’
‘Maar natuurlijk, mijn zoon’, zei de abt. ‘Wat zit je dwars?’
‘Wel…’ zei de monnik, ‘wat ik me nu al jaren afvraag: waar zijn de originele werken van deze teksten?’
‘Die liggen veilig opgeslagen in de kelders van ons klooster’ zei de abt. ‘Vanwaar deze interesse?’
De monnik aarzelde.
‘Wel…’ zei hij, ‘ik ben nu met de 47e overschrijving bezig… hoe weten we zeker dat onze huidige teksten overeenkomen met het origineel?’
Er viel een stilte.
‘Bedoel je dat er fouten gemaakt kunnen zijn?’ vroeg de abt.
De monnik zweeg.
‘Mijn zoon, maak je geen zorgen’ sprak de abt ferm. ‘Dat is uitgesloten.’

De volgende dag was de abt nergens te bekennen. Tegen de middag begon men zich zorgen te maken. Bij onze monnik rees een stil vermoeden. Toen het donker begon te worden daalde hij stilletjes de trappen af naar de kelders van het klooster. Hij was nog nooit eerder hier geweest. Vol eerbied liep hij door de gewijde ruimtes. Plotseling hoorde hij een bonkend geluid, dat langzaam sterker werd. Hij versnelde zijn pas en volgde het geluid, tot hij in de verst weg gelegen kelder kwam. Daar vond hij de abt. Deze was met zijn hoofd tegen de stenen muur aan het bonken. Hevig geschrokken snelde de monnik op de oude man af, trok hem weg van de muur en zette hem op een stoel. Op tafel lag een geopend boek, het perkament geel van ouderdom.

‘Maar eerwaarde, wat is er aan de hand?’ vroeg de monnik.
‘Je had gelijk, mijn zoon’ jammerde de abt. ‘Er staat ‘celebrate’, en niet ‘celibate’.

Delen:

Geef een reactie