Zonder boeken naar bed


Artikel voor de Koorddanser, april 2013

‘Wat was het meest intieme moment in je seksleven?’, vroeg iemand me laatst. Ik wist het niet. Verschillende herinneringen kwamen op terwijl ik erover nadacht.

Die keer dat ik verliefd was op een yogi. Hij reciteerde eerst zijn mantra voor hij bij me in bed kroop. Het was een gevoelige, zachtaardige man, maar tijdens het vrijen was hij vooral aan het tellen. Hij telde negen ondiepe stoten, gevolgd door een diepe stoot, en dat steeds weer opnieuw. ‘Dat is om jouw genot te vergroten’, legde hij uit. Hij telde ook zijn ademhaling. Tien seconden in, vijftien seconden uit. ‘Dat is om het orgasme uit te stellen’, zei hij. Hij was zo geconcentreerd bezig dat hij me nauwelijks opmerkte. Deze man had teveel yogaboeken gelezen.

Dan was er die nacht met de gespierde man van de fitness. Hij was stoer en duldde geen tegenspraak. Niet dat ik van plan was om tegen te spreken, ik liet me maar al te graag door hem optillen en naar het bed dragen. Maar de volgende ochtend begon hij meteen te zeuren over dat ik hem niet mocht claimen omdat hij belangrijke dingen te doen had in zijn leven. Hij ging er voetstoots vanuit dat ik na een nacht al niet meer zonder hem kon. Deze man had teveel Deida gelezen.

Ik dacht aan de professor van wie het licht aan moest blijven en de ogen open. Het voorspel sloeg hij over. ‘Dat is nergens voor nodig’, zei hij. Hij vroeg of ik zoveel mogelijk stil wilde blijven liggen en zo weinig mogelijk geluid wilde maken. ‘We moeten de opwinding zoveel mogelijk vermijden’, zei hij. ‘Als dat lukt gaat de energie vanzelf stromen en kunnen we op goddelijke wijze de liefde bedrijven.’ Vervolgens gebeurde er een uur niets. Deze meneer had absoluut teveel Barry Long gelezen.

Nee, dan de Tantra-man. Daar gebeurde van alles mee, hij was volkomen onvoorspelbaar. Hij kon van opperste extase in een diep dal storten, zonder dat ik begreep wat er aan de hand was. Hij gaf zich volledig over, maar ik wist nooit precies waaraan. Op een dag verliet hij me voor een ander. ‘Ik geloof niet in relaties’, zei hij. ‘Ik geloof in universele liefde.’ Hij had of teveel tantraboeken gelezen of hij wilde me troosten, op zijn eigen onnavolgbare wijze.

Maar de Tao-man was nog onnavolgbaarder. Tijdens het vrijen hield hij plotseling zijn adem in, rolde zijn ogen omhoog en begon vreemde bewegingen te maken met zijn rug en bekken. ‘Sorry schat’, zei hij, ‘ik doe even de kringloop.’ Na het vrijen sprong hij uit bed en ging hij met gebogen knieën en zijn armen voor zich uitgestrekt oefeningen doen, waarbij hij al zijn spieren aanspande. ‘Dat is om de seksuele energie te circuleren’, zei hij. Seks met hem leek nog het meest op topsport. Jaren later las ik de taoïstische boeken van Mantak Chia. Toen begreep ik het: teveel Tao-boeken.

Maar wat was nou het meest intieme moment in mijn seksleven? Ineens wist ik het. Het was in de Belgische Ardennen. Ik was negentien. Een vriend die ik net had ontmoet had me uitgenodigd om een paar dagen weg te gaan. We namen de trein naar Luik en liftten van daaruit verder naar het zuiden. Op goed geluk stapten we uit in een dorpje waarvan we de naam leuk vonden, Rochefort geloof ik, en begonnen onze wandeltocht. Toen de schemering inviel liepen we over een verlaten weggetje door de bossen. Aart liep luidkeels te zingen. Ik was een beetje nerveus. Waar zouden we slapen die nacht? We passeerden een huis waar een mollig vrouwtje uit het raam hing. Haar borsten rustten op haar onderarmen. Het was net Vrouw Holle. We zwaaiden naar haar. ‘Bonjour!’ Ze lachte breed en spreidde haar armen. ‘Viens! Entre!’ Tien minuten later zaten we aan haar keukentafel met een limonadeglas rode wijn voor ons. ‘Jullie slapen hier vanavond’, zei ze op een toon die geen tegenspraak duldde.

De gastenkamer stond vol met oude spullen, maar het bed was schoon opgemaakt met gebloemde, gesteven lakens. Toen we eenmaal in bed lagen zoende Aart me aarzelend. Ik beantwoordde zijn zoen en zo begon onze eerste vrijpartij. Ik had nog maar weinig ervaring met seks. Het was vooral een confrontatie met mijn onzekerheid, verlegenheid en verwarring. Van plezier of overgave was niet echt sprake, hoogstens van een soort allesoverheersende nieuwsgierigheid, waardoor ik het toch liet gebeuren.

Maar dit keer was het anders. Op zeker moment, tijdens het vrijen, noemde Aart mijn naam. ‘Sanne.’ Ik verkeerde met gesloten ogen in mijn eigen wereld en ervoer deze nadrukkelijke aanwezigheid van mijn minnaar bijna als een inbreuk op mijn privacy. Onwillig opende ik mijn ogen en keek hem aan. Ik keek in zachte ogen en een glimlachend, stralend gezicht.

‘Hee’, zei hij zacht. ‘Ik ben hier.’

Dat was het moment. Het was de eerste keer dat een man op die manier contact met me maakte. Ik zocht naar een passende manier om te reageren, maar ik wist niets anders te doen dan terug te kijken. Het ontroerde me en tranen rolden in mijn oren. Aart hield me zachtjes vast en zoende mijn gezicht. Toen ik ondanks mezelf ontspande voelde ik een vreemde sensatie in mijn lichaam, een warmte in mijn buik, een verlangen naar meer. Ik glimlachte door mijn tranen heen en bewoog. ‘Ah, daar ben je’, zei hij. De rest van de nacht was volkomen nieuw voor me. Voor het eerst was ik er met mijn volledige aandacht bij.

Aart was een natuurtalent. Hij had geen boeken gelezen, hij wist niets van tantra, yoga of taoïsme, maar hij wist als vanzelf wat te doen. Zelf ben ik zeker geen natuurtalent. Ik heb veel tijd, boeken en trainingen nodig gehad om de weg terug te vinden naar mijn eigen onbevangenheid en openheid. In die zin zijn boeken wel degelijk zinvol. Ze bieden technieken en kennis die je kunt gebruiken om die plek in jezelf te vinden waar je geen technieken en kennis meer nodig hebt.

Delen:

Geef een reactie