Taxi in Cairo

 

Cairo, Egypte

Ik loop de hal van het vliegveld uit. De hitte slaat me tegemoet. Meteen plakken de kleren aan mijn lijf. Met mijn koffer op wieltjes die onwillig over het rulle zand hobbelt loop ik naar de taxistandplaats. Honderden taxi’s op een terrein, zo groot als een voetbalveld. Ik spot de rij en besluit de eerste de beste taxi te nemen – ik ga echt niet helemaal naar voren lopen, op hakken en dan met die koffer. Zo gauw ik in probeer te stappen komen een tiental schreeuwende mannen op me afrennen.
‘No, no!’ schreeuwen ze, ‘this way!’

Ze bijten de taxichauffeur een aantal Arabische verwensingen toe en nemen me mee. Ik heb geen keus. We lopen helemaal naar voren, onder de taxerende blik van zo’n 50 taxichauffeurs die rokend tegen hun auto geleund staan te wachten.
Eindelijk ben ik bij de voorste auto. De mannen die me begeleid hebben verdwijnen meteen. De chauffeur wacht tot ik mijn koffer op de achterbank heb gelegd – waarom moet ik dat zelf doen? – en naast hem ben ingestapt.

‘You my first customer in three days!’ zegt hij stralend, gooit zijn sigaret uit het raampje en start de auto.
Oké, ik snap het. Het leven als taxichauffeur in Cairo gaat niet over rozen.
Ik probeer een praatje te maken. Aan de achteruitkijkspiegel van de taxichauffeur hangt een sleutelhanger met een foto.
‘This your children?’, vraag ik.
‘Yes!’ antwoordt hij trots. ‘Five children!’
‘Me also children’, zeg ik. ‘Two!’
Hij kijkt snel opzij en barst in lachen uit.
‘Haha, nice joke’, roept hij.
‘No joke!’ zeg ik en laat hem een foto van mijn kinderen zien.
‘Look!’ zeg ik. ‘This my children!’
Hij werpt een snelle blik op de foto, kijkt nog eens naar mij en begint ongelovig te lachen.
‘You mamma?’, zegt hij. ‘But you flat!’ en wuift in de richting van mijn borsten.
‘Nothing!’ zet hij zijn stelling nog eens kracht bij.
Onwillekeurig kijk ik omlaag naar mijn borsten. Het is inderdaad niet veel.
Dan grijpt hij mijn bovenbeen stevig vast en knijpt er in.
‘My wife big! You skinny! Your leg the size of her arm! Your breasts small! Her breasts melons!’
Hij laat mijn been en het stuur los en geeft aan hoe groot de borsten van zijn vrouw zijn.
I get the picture. Enorm.

‘Where you husband?’ zegt hij.
‘Me no husband’ zeg ik.
‘Why? You husband dead?’
‘No, we are divorced.’
‘Why? He beat you?’
‘No.’
‘He other woman?’
‘No…’
Hoe leg ik uit dat we uit elkaar gegroeid zijn?
‘Why you divorce?’ dringt hij aan. ‘You other man?’
‘No, no’, zeg ik. ‘I don’t know.’

De taxichauffeur schudt zijn hoofd.
‘You American women bad women’, zegt hij.
‘Me no American’, probeer ik in te brengen, maar hij luistert niet.
‘Where you children?’ vraagt hij streng en kijkt naar de achterbank, alsof ze daar zouden moeten zitten.
‘With their father’, zeg ik.
Weer schudt hij zijn hoofd.
‘Really, really bad.’
De rest van de weg zegt hij niks meer. Ik ga me steeds ongemakkelijker voelen.
Als hij me bij het hotel afzet en ik betaald heb laat hij me weer zelf de koffer uit de auto halen. Om de één of andere reden heb ik het gevoel dat dat mijn straf is. Ik probeer het nog goed te maken. Ik geef hem een dikke fooi en zeg door het geopende raampje:
‘Thank you very much.’

De taxichauffeur kijkt me aan en zegt: ‘Me home now. My wife make big dinner. Me eat good food, love my wife and play with my children. Me everything, you nothing.’
Voor ik kan antwoorden is hij al weg, het zand stuift op achter de auto.
Ik roep hem na: ‘Me children, me freedom! Asshole!’
Ik weet dat hij het niet hoort, maar het moest toch even gezegd worden.

Delen:

Geef een reactie