Het meisje dat dacht dat ze geen tuin wilde

 

Er was eens een jonge vrouw die genoeg had van New York en naar Venezuela verhuisde. Haar naam was Jean Liedloff. Het was 1965. Jean leefde bijna 3 jaar bij de Yequana indianen. Daarmee was ze één van de eerste pioniers die toegang kreeg tot het leven van de oorspronkelijke oerwoudbewoners van Zuid-Amerika.

Echte baby’s huilen niet

Eén van de dingen die haar het meest opviel toen ze bij de Yequana leefde, was dat de baby’s nooit huilden. Ze ontdekte dat de reden daarvoor was dat ze continu gedragen werden, door de moeder of door één van de andere leden van de stam. Zielsgelukkig lagen de baby’tjes in een doek, dicht tegen iemand aan, nooit alleen en altijd in beweging.

Woedend 

De grotere kinderen die Jean meemaakte waren allemaal kalm, behulpzaam en vrolijk, op één meisje na. Dat meisje, een jaar of 10, leek voortdurend ontevreden en had vaak woedeaanvallen. Omdat dit zo ongewoon was, ging ze naar de elders om te vragen wat er aan de hand was.

De elders

‘Ze is ziek’, zeiden de elders.
‘Maar wat heeft ze dan?’ vroeg Jean.
‘Dat weten we niet’, antwoordden ze. ‘Toen ze 6 jaar was waren hier een paar toeristen, die aanboden haar in Amerika naar school te laten gaan. Omdat ze dat zelf heel graag wilde hebben we toegestemd, met als voorwaarde dat ze op haar 10e weer teruggebracht zou worden. Ze is nu 6 maanden terug, maar ze is nog steeds niet hersteld. Ze is steeds boos en zegt tegen alles wat we haar aanbieden ‘nee’. Ze denkt zelfs dat ze geen tuin meer wil.’

De tuin

Ieder kind kreeg in deze stam, als ze rond de 7 jaar waren, een eigen stukje grond om groente en kruiden op te verbouwen. Jean had tot nog toe alleen nog maar gezien hoe de kinderen met plezier in hun tuintje bezig waren, terwijl de baby’s rond kropen en de volwassenen soms een handje kwamen helpen. Maar dit meisje wilde dus geen tuin.

Kinderen met disconnectie

‘Ik weet wel wat ze heeft’, zei Jean. ‘Alle kinderen in het Westen hebben het.’
‘Wat dan?’, vroegen de stamoudsten bezorgd. Een wereld vol met zieke, ontevreden kinderen leek ze verschrikkelijk.
Jean had op dat moment nog geen precieze woorden voor waar het meisje aan leed, maar gevoelsmatig wist ze precies wat het was, omdat ze het herkende. Ze leed er zelf ook aan.
‘Je zou het disconnectie kunnen noemen’, zei Jean. ‘Ze weet niet meer wat ze wil. Dit gebeurt met alle kinderen die te lang uit hun natuurlijke habitat gehaald worden.’
‘Dan is het goed dat ze terug is’, zeiden de elders.

De westerse cultuur brengt ongelukkige mensen voort

In haar boek ‘The continuüm concept’ verklaart Jean de ziekelijke toestand van het meisje. Ze beschrijft het als de staat waarin kinderen en volwassenen terechtkomen als ze niet langer in contact zijn met ‘het continuüm’ in zichzelf, ofwel de natuurlijke, instinctieve flow die spontaan, goedmoedig en creatief reageert op de buitenwereld. In haar optiek, in die tijd nog heel omstreden, brengt de westerse cultuur ongelukkige mensen voort, omdat ze een levensstijl opdringt die niet langer congruent is met de diepste behoeftes en verlangens van de mens.

Een gezonde samenleving

‘In een wereld waarin iedereen ziek is wordt ziek zijn de norm en wordt het zelfs als gezond gezien’, schrijft ze. ‘Maar als je een gezonde baby, een gezond kind, een gezonde man of vrouw en een gezonde samenleving wilt meemaken, moet je naar de Yequana indianen in Venezuela.’

Het draagzak tijdperk

‘The continuüm concept’ werd een wereldwijde bestseller in de jaren ’80. Ik las het toen ik begin 20 was, zwanger van mijn eerste kind. Het was een echte eye opener, één van die boeken die je leven verandert. Mijn partner en ik besloten om onze kinderen ook te dragen, één van onze beste beslissingen ooit. Niet alleen onze kinderen waren happy, maar wijzelf ook. Het boek van Jean Liedloff luidde het draagzak tijdperk in, iets wat nu, meer dan 30 jaar later, helemaal is ingeburgerd in Nederland.

Vervreemding

Het ‘draag je kind’ principe is heel praktisch en toepasbaar, maar waarom was het meisje dat dacht dat ze geen tuin wilde dan zo ongelukkig? Zij was immers ook gedragen als baby. Wat er met haar aan de hand was ligt subtieler. Haar toestand was een reactie op het isolement en de vervreemding die ze ervoer toen ze van de jungle in Venezuela naar een Amerikaanse stad verhuisde en mee moest doen met het levensritme daar. De mensen die haar meegenomen hadden dachten dat ze haar een plezier deden, dat ze de kans van haar leven kreeg nu ze naar een ‘echte’ school mocht, maar voor het meisje was het een nachtmerrie.

De sleutel 

Het woordje ‘moeten’ is hier de sleutel tot het probleem. In onze cultuur zijn we er vanaf onze jongste kindertijd aan gewend van alles te moeten. We hebben deze neurotische dwang zelfs verheven tot een deugd en noemen het ‘discipline’. Nog niet zo lang geleden lieten we onze baby’s alleen in een wiegje in een donkere kamer krijsen tot ze het opgaven, om ze te ‘disciplineren’, anders leerden ze ‘het’ nooit.

Het Grote Moeten

Wat is ‘het’? ‘Het’ is de noodgedwongen gehoorzaamheid aan dat wat ons langzaam maar zeker vergiftigt. Het Grote Moeten dwingt ons van jongs af aan om ontrouw te zijn aan onze diepste behoeftes, verlangens en gevoelens. Slapen, eten, spelen, leren, het is allemaal aan banden gelegd. Je slaapt als het bedtijd is, niet als je moe bent. Je eet als het etenstijd is, niet als je honger hebt. Je mag spelen in je vrije tijd, maar verder MOET je van alles. Binnen blijven, je kamer opruimen, je huiswerk doen, helpen afwassen, niet teveel herrie maken, niet teveel bewegen, niet te ver weg gaan, eerst je handen wassen, afstand houden. Het gaat maar door. Het is ziekmakend, maar omdat we geen andere keus hebben, zeker niet als klein jongetje of meisje, passen we ons aan.

Verzet

Echter, gehoorzaamheid aan het Grote Moeten is niet onze natuurlijke staat. In werkelijkheid wennen we er nooit aan. Daarom ontstaat er toch verzet. Het meisje dat dacht dat ze geen tuin wilde zei geen ‘nee’ tegen de tuin, maar ze zei ‘nee’ tegen al het Moeten dat ze in Amerika had ondergaan. Eerst moest ze het gif dat ze toegediend had gekregen uitkotsen door 1000 keer ‘nee’ te zeggen, ‘nee’ te brullen, haar pijn en frustratie uit te schreeuwen, tot ze weer kon reageren vanuit haar gevoel en niet vanuit haar weerzin tegen alles wat ze als ‘moeten’ ervoer.

Ik moet niks

Ik ben ook dat meisje. Ik worstel al mijn hele leven met dat wat mensen ‘discipline’ noemen. Best zonde, want daardoor verspil ik ontzettend veel tijd en energie met uitstellen en me vervolgens schuldig voelen. Zo gauw ik me iets voorneem, zoals ‘ik ga iedere dag Qigong doen’, wordt het een moeten in mijn hoofd en wil ik niet meer, ook al vind ik het heerlijk. Zo gauw iemand me betaalt voor mijn schrijven, krijg ik een writers block. Hardlopen, zwemmen, sporten, afspreken, uitgaan, praten, koken, eten, zelfs seks vind ik niet leuk als ik maar de minste notie heb van dat het moet. Verwachtingen van anderen, subtiel of uitgesproken, roepen dat gevoel ook op. Alleen als ik deze weerstand heel zorgvuldig navigeer, beheerst het me niet.

NEE zeggen is gezond!

Ik heb net als het meisje dat dacht dat ze geen tuin wilde ook jarenlang ‘NEE!’ geroepen tegen van alles en nog wat. Ik ben niet de enige. Ik zie iedereen het doen, openlijk of stiekem. Zo gauw we de kans krijgen saboteren we de boel. Hoe heerlijk is het om JUIST te doen wat niet mag! Ik denk dat ‘NEE!’ zeggen een noodzakelijke periode is, een tijd van ontgifting, een tijd waarin je je ontdoet van de frustratie en pijn over alle keren dat je iets moest, terwijl het lijnrecht tegen je gevoel, je wezen, je essentie in ging. Om ‘NEE’ te kunnen zeggen, moet je je relatief veilig voelen. Pas na die periode kun je langzaam maar zeker gaan herontdekken wat echt bij je past.

Onkruid wieden

Toen ik het boek van Liedloff las was ik het eerst met dat meisje eens. Veel werk man, een tuin! Moet je iedere dag onkruid wieden en de plantjes water geven! Wie wil dat nou? Maar door wat de elders zeiden werd ik toch nieuwsgierig. Wat was er dan zo leuk aan een groentetuin? Jaren later woonde ik ergens waar het kon, in Frankrijk, en legde ik een grote groentetuin aan. Toen pas begreep ik wat de elders bedoelden. Het werken in een groentetuin is fantastisch! Het is ontzettend bevredigend, het gaat vanzelf en je leert alles over de generositeit van de natuur. Er zit helemaal geen ‘moeten’ bij!

*********************************************************************************

NB: Jean Liedloff was één van de eerste blanken die naar de jungle vertrok. Tegenwoordig hebben tribes over de hele wereld hun poorten geopend voor westerlingen, in de hoop dat de oude sjamanistische kennis en tradities bewaard zullen blijven. Hun situatie is penibel. Ze hebben meer dan ooit onze hulp nodig!

NB2: Het was eigenlijk een jongetje. Mijn beschrijving van delen van de inhoud van het boek zijn ook zeker niet precies, maar gebaseerd op mijn herinnering van het boek.

Sanne Burger

Delen:

2 Replies to “Het meisje dat dacht dat ze geen tuin wilde”

  1. Wat mooi om dit in woorden te lezen. Het beschrijft zeker deels een constant gevoel van onbehagen dat ik al zo lang ik mij kan herinneren heb. Vaak voel ik mij onder al het gehoorzamen aan hetgeen dat moet ontzettend recalcitrant juist. Dan houd ik ook direct op met wat het is dat ik ‘moet’. Daar staan mensen nog wel eens van te kijken, maar liever :’geef ik iets of iemand op’ (wat niet zo voelt, het voelt als een bevrijding) dan dat het me weer een depressie injaagt. Ik zal het tot een kunst gaan verheffen om in de wereld van deze tijd zoveel mogelijk niet mee te doen aan het Moeten en toch rond te komen, in meerdere betekenissen van het woord.
    Bedankt voor dit interessante stukje denkvoer!

Laat een reactie achter bij Debora Reactie annuleren