Bij de dokter

 

Ze zit nerveus in de wachtkamer.
Zo onopvallend mogelijk bestudeert ze de andere patiënten.
Wat zou er met hun aan de hand zijn? vraagt ze zich af.
Vaak zie je het niet eens, al is iemand nog zo ziek.
Misschien heeft die leuke meneer daar wel leukemie.
Ze heeft nu al medelijden met hem.
Eindelijk komt de doktersassistente haar halen.
Het is een potige vrouw met enorme schouders.
‘Loopt u maar verder, mevrouw’, zegt ze vriendelijk.
‘De dokter wacht op u.’

Met kloppend hart loopt ze de spreekkamer binnen.
Daar zit hij, de dokter in zijn witte jas, pontificaal achter zijn bureau.
‘Gaat u zitten’, zegt hij en gebaart naar de stoel tegenover hem.
Ze gaat zitten en wacht.
Hij bladert zwijgend door een map met papieren.
Dat is vast haar medisch rapport.
Het duurt lang.
Zenuwachtig friemelt ze met haar vingers.
Het is vast heel erg, anders zou het niet zo lang duren.

De dokter kucht.
‘Ja, mevrouw,’ zegt hij, ‘ik moet eerlijk tegen u zijn.
Ik heb slecht nieuws.’
De angst slaat haar om het hart.
‘Ik wist het’, zegt ze. ‘Is het kanker?’
‘Nee,’ zegt de dokter, ‘dat is het niet.’
‘Oh …,’ zegt ze, ‘ik dacht toch echt dat het kanker was. Het zit in de familie, weet u.’
‘Nee, mevrouw’, herhaalt de dokter. ‘We hebben alle mogelijke onderzoeken gedaan, maar u heeft echt geen kanker.’

Het is even stil.
Blijkbaar weet de dokter ook niet wat hij moet zeggen.
‘Heb ik het dan aan mijn hart, dokter?’ vraagt ze.
‘U mag het gerust zeggen, hoor.’
‘Nee,’ antwoordt de dokter, ‘uw hart is in uitstekende conditie.’
‘Is het dan toch misschien de ziekte van Lyme?’ oppert ze.
‘Dat had mijn nicht in Canada ook, dus het zou best kunnen.’
‘Nee, dat hebben we ook getest, maar zonder resultaat.’
‘De ziekte van Crohn dan?’
‘Nee, die test kwam ook negatief terug.’
‘Hashimoto dan? Dat vind ik zo’n mooie naam voor een ziekte.’
‘Nee, ook niet.’
‘He, jammer. MS dan?’
‘Nee, zeker niet.’
‘Ben ik dan ergens allergisch voor? Mijn neef is allergisch voor katoen en …’
‘Nee,’ onderbreekt de dokter haar, ‘alle allergietesten waren negatief.’
‘Goh, word ik dan toch dement? Ik dacht dat ik daar nog te jong voor was, maar het zou best kunnen.’
‘Nee mevrouw, zelfs dat hebben we getest, maar we hebben geen spoor van dementie kunnen vinden.’

Ze gaat zich steeds ongemakkelijker voelen.
De dokter schuift ook heen en weer op zijn stoel.
Wat kan het toch zijn?
‘Ach, maar dan was het gewoon Corona!’ zegt ze ineens opgetogen.
Ik heb echt heel veel getest, met van die thuistesten, weet u wel, maar die waren steeds negatief.
Maar ik heb gehoord dat die testen heel onbetrouwbaar zijn, dus misschien had ik het toch. Misschien had ik wel Omicron!’
‘Mevrouw, het spijt me heel erg’, zegt de dokter.
‘Het was zelfs geen Corona. U bent fysiek kerngezond. We hebben niks kunnen vinden.’

Even is het stil.
‘Oh, nu begrijp ik het’, zegt ze met een diepe zucht. ‘U bedoelt dat het tussen de oren zit.
Ja, dat is inderdaad slecht nieuws. Ik heb liever iets tastbaarders.’
De dokter zegt nog steeds niks.
‘Ben ik depressief, dokter?’
‘Nee, uit het onderzoek van de psycholoog kwam dat u niet depressief bent.’
‘Ben ik bipolair?’
‘Ook niet.’
Ineens schrikt ze.
‘Oh God, dokter, ik ben toch niet schizofreen?’
‘Nee, mevrouw, u bent niets van dat. Ook geestelijk bent u kerngezond, op een lichte neiging tot slachtofferschap na.’

Dat laatste hoort ze niet eens.
Ze wordt nu toch wel een beetje ongeduldig.
‘Maar wat is het dan wel?’ vraagt ze.
‘Wat is het slechte nieuws? Zeg het nou maar gewoon. Ik kan het hebben.’
De dokter haalt diep adem. Dan komt het hoge woord eruit:
‘Het slechte nieuws is dat u kerngezond bent, mevrouw.
We hebben niks kunnen vinden. Helemaal niks.
Dat komt echt maar zelden voor.
Het betekent dat ik niets voor u kan doen.
Het spijt me vreselijk.’

Er volgt een lange stilte.
Ze voelt hoe ze langzaam woedend wordt.
‘Dat kan niet’, zegt ze uiteindelijk.
‘Wat bent u voor dokter?
Ik ben ziek en u moet mij een recept geven.
Waarom ben ik anders hier?’
‘Ik weet het,’ zegt de dokter, ‘en het spijt me vreselijk, maar u bent niet ziek.
Ik kan u verzekeren, ik maak dit zelden mee in mijn praktijk.
Een geestelijk en lichamelijk kerngezond persoon, dat komt bijna niet voor, maar ik kan het niet ontkennen.
Ik kan geen recept voor u uitschrijven.’

Ze kijkt hem met open mond aan.
‘Zoiets brutaals heb ik nog nooit gehoord!’ roept ze.
De dokter staat resoluut op en knoopt zijn witte jas dicht.
‘Mevrouw, ik zei al dat ik niets voor u kan betekenen, dus als u het goed vindt beëindigen we bij deze dit consult.
Er zit een lange rij in de wachtkamer van patiënten die echt ziek zijn. Tenminste, dat hoop ik.’
Haar woede is als sneeuw voor de zon verdwenen.
Ze gooit het over een andere boeg.
‘Dokter,’ zegt ze liefjes, ‘ik begrijp dat ik geen kanker heb, maar kunt u me dan misschien iets eenvoudigs voorschrijven?
Iets kalmerends?’
‘Nogmaals, u heeft niets nodig, mevrouw’, zegt de dokter bars.
Hij is er klaar mee.
‘Vitaminen dan? Die heeft iedereen nodig. Of antibiotica? Die zijn toch altijd wel ergens goed voor?’
‘Ik wens u een goedemiddag, mevrouw’, zegt de dokter, terwijl hij de deur voor haar openhoudt.
Ze begint te huilen.
‘Maar wat moet ik thuis zeggen?’ zegt ze.
‘Hier kan ik toch niet mee aankomen?
Wat moeten ze wel niet denken van me?
Geef me dan tenminste een pleister.’

De dokter gebaart naar de doktersassistente, die meteen aan komt lopen.
‘Chantal, ik heb er weer een. Wil jij deze mevrouw even naar de uitgang begeleiden, alsjeblieft?’
Chantal grijpt haar vast met haar grote handen en duwt haar onverbiddelijk naar de uitgang.
Met een flinke duw duwt ze haar de praktijk uit.
‘Maak je geen zorgen, schat’, zegt ze.
‘Het overkomt de beste.’

Sanne Burger
sanneburger.com

Delen:

2 antwoorden naar “Bij de dokter”

  1. Geweldig! Een satirisch artikel met een voor mij duidelijke ondertoon!
    Prettige Pasen,
    Harrie

Geef een reactie