Een onzichtbare oorlog

 

Mijn stiefvader groeide deels op in Indonesië, toen nog Nederlands-Indië. Toen de Japanners in 1941 Nederlands-Indië binnenvielen, moest hij als 3-jarig jongetje met zijn moeder en zus naar een concentratiekamp. Hij bracht drie jaar van zijn vroege jeugd door in verschillende Jappenkampen. Zijn vader moest aan de Birma spoorwegen werken, de ‘spoorlijn van de dood’. Na de oorlog keerden ze terug naar Nederland, waar ze maar niet konden aarden, net als zoveel Indiëgangers. Nederland had net de Duitse bezetting meegemaakt, de Holocaust en de hongerwinter. Er was geen ruimte voor nog meer horrorverhalen.

‘We overleefden het, maar soms gebeuren er dingen waarvan je niet kunt genezen’, zei mijn stiefvader ooit. ‘Je kunt er alleen mee leren leven.’
Niet dat hij het niet probeerde. Dat deed hij wel, zijn hele leven. Hij probeerde alles uit, van conventionele therapie en psycho-analyse tot auralezers, waarzeggers en bio-energetica.
‘Dat auralezen vond ik maar niks’, zei hij later. ‘Ze zei dat ik helemaal geen aura had! Wat moet je daar nou mee?’
Uiteindelijk kwam hij terecht bij Centrum 45 in Leiden. Dat werd zijn baken in het levenslange proces van het verwerken van zijn kampverleden. Centrum 45 was zeer vooruitstrevend. Ze kregen toestemming van de overheid om LSD te gebruiken bij hun patiënten, omdat dit soms tot spectaculaire genezingen leidde bij PTSD en traumaverwerking. Mijn stiefvader durfde het niet aan.
‘Ik wil niet het risico lopen dat ik weer in het kamp terechtkom’, zei hij heel eerlijk.
En toch deed hij in zijn laatste levensjaar nog een poging met EMDR. Alleen hijzelf weet hoeveel moed hij daarvoor heeft moeten verzamelen.

Als tweede generatie oorlogskind lijkt de oorlog nooit ver weg. Als je weet dat je eigen stiefvader als kind in een concentratiekamp zat en het ternauwernood overleefde, dat je opa en oma alles kwijtraakten, dat ze jaren in hongersnood en doodsangst verkeerden, dat ze met eigen ogen de gruwelijkheden van onrecht en oorlog hebben gezien, dan maakt dat deel uit van je werkelijkheid. Het zijn in zekere zin gedeelde herinneringen, waarvan de beelden en gevoelens je altijd bij zullen blijven. Je weet dat verraad, onderdrukking en geweld bestaan. Dat besef zit in je bloed. En ja, dat maakt dat je minder naïef bent dan kinderen van ouders die deze ervaringen niet gehad hebben. Ergens leef je in de wetenschap dat vrede, veiligheid en welvaart niet vanzelfsprekend zijn en dat het zomaar op een dag voorbij kan zijn. En het wantrouwen jegens de gevestigde orde, overheden en machtsapparaten, vooral natuurlijk leger en politie, zit heel diep.

Mijn stiefvader bleef zijn hele leven last houden van depressies, angsten en nachtmerries. Toch genoot hij meer dan de gemiddelde mens van het leven, juist omdat het alledaagse voor hem niet vanzelfsprekend was. Hij ging er dagelijks op uit met de fiets, maakte schitterende foto’s, zette de tuin vol rozen en jasmijn en was blij verrast met iedere zoen die hij van mijn moeder kreeg.
De laatste jaren van zijn leven werden de nachtmerries erger. Op een nacht vond mijn moeder hem stommelend in de woonkamer. Hij was verwoed bezig alle steckers uit het stopcontact te trekken.
‘Schat, wat doe je?’ zei mijn moeder.
Eerst hoorde hij haar niet, maar toen ze haar vraag bleef herhalen keek hij op een gegeven moment verstoord op. Hij was aan het slaapwandelen.
‘Dat zie je toch?’ zei hij. ‘Ik moet ervoor zorgen dat we niet afgeluisterd worden. Hirohito is ons aan het afluisteren. We zijn in gevaar.’
Hirohito was de Japanse keizer, in wiens opdracht de kampsoldaten gemarteld en gemoord hadden.
‘Goed zo’, zei mijn moeder. ‘Dat heb je goed gedaan, schat. Jij zorgt ervoor dat we veilig zijn. Kom nu maar weer naar bed.’
Zo kalmeerde ze hem. Dat kon ze heel goed. Het had geen zin om te zeggen: ‘De oorlog is voorbij’ of ‘Hirohito is allang dood.’ Voor mijn stiefvader was dat op dat moment niet zo.

Het grootste gedeelte van zijn leven kon mijn stiefvader zijn kampverleden gescheiden houden van zijn echte leven, maar de laatste jaren waren er momenten waarop het door elkaar heen liep. Door de liefde van mijn moeder bleef het draaglijk voor hem. Die twee hielden zielsveel van elkaar. En nog, al stierf mijn stiefvader twee jaar geleden.
‘Gelukkig stierf hij voor die hele Corona-toestand’, zei mijn moeder. ‘Ik ben zo blij dat hij dit niet hoeft mee te maken.’

Zowel mijn stiefvader als mijn biologische vader, met wie ik nooit veel contact heb gehad, hebben als kind in een Jappenkamp gezeten. Dat riep in mij als kind al het verlangen op om te begrijpen hoe het überhaupt mogelijk is dat dit soort situaties ontstaan. Hoe is het mogelijk dat soldaten orders opvolgen zonder daarbij iets te voelen, terwijl ze de meest gruwelijke dingen doen? Hoe kan het dat de meeste mensen zo slaafs doen wat ze opgedragen wordt, zelfs als het duidelijk is dat het fout is? Wie bedenkt zoiets onmenselijks als concentratiekampen? Wie zijn die moordenaars? En vooral, hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit stopt?

Nu, 80 jaar later, zitten we weer middenin een wereldcrisis. En ik zie weer overal machtsmisbruik, manipulatie, ontkenning en slaafse volgzaamheid. Mijn stiefvader zou zeggen: ‘Het lijkt wel oorlog.’ En ik zou zeggen: ‘Pap, het ís oorlog. Alleen zijn de wapens nu onzichtbaar.’
Ik word ’s ochtends wakker en het eerste wat ik voel is angst. Angst voor de toekomst, angst voor wat er gaat gebeuren, angst voor de leugens die verspreid worden via de media, angst voor machtsmisbruik, angst voor ziekte, angst voor repraissailles, angst om verraden te worden, angst voor hongersnood en massasterfte. En ik vraag me af of ik droom, net als mijn stiefvader toen hij dacht dat Hirohito hem afluisterde. Of is mijn angst reëel en zijn we inderdaad op wereldwijde schaal verwikkeld in een wereldoorlog, waar de vijand en de wapens onzichtbaar zijn? Ben ik degene die wakker moet worden, of moeten de volgzamen wakker worden, voordat het te laat is en de slachting niet langer tegen te houden is? Is dit mijn overgeëerfde oorlogstrauma dat overal gevaar ziet, of ben ik juist dankzij mijn voorouders bewust van een daadwerkelijk gevaar, dat ons allen bedreigt?

De toekomst zal het uitwijzen. Ondertussen blijf ik alert. Vooral voor die mensen die geen vragen stellen en die slaafs orders opvolgen. Want dat zijn de gevaarlijkste.

Sanne Burger
sanneburger.com

Delen:

3 antwoorden naar “Een onzichtbare oorlog”

  1. Mooi persoonlijk verhaal. Vooral de vragen die je jezelf stelt (na de uitgesproken zekerheden over de Corona-situatie die ik ook van je gelezen heb), stemmen mij hoopvol. We worden allemaal geraakt in onze diepste patronen en overtuigingen.
    Zelf een 2de generatie ‘kind’ zijnde, overheerst bij mij het (grond)vertrouwen in de initiële goedheid van de mens en van de ons omringende geestelijke wereld. En ik ben ook blij dat mijn ouders dit niet meer hoeven mee te maken.

    Wat waarheid is….de toekomst zal het uitwijzen.

  2. Ik ken dezelfde vragen, dezelfde angsten ook. Maar ik laat me niet regeren door angsten. Ik informeer me via alternatieve media zo goed als ik kan en zie al veel verzetshelden. Ik hou mezelf zo goed als het gaat in de liefde. En niemand weet wat er gaat gebeuren, er kan zomaar een kanteling komen, zeker naarmate steeds meer mensen wakker worden.

Laat een reactie achter bij Eleonora Reactie annuleren