Mani mani mani

 

Amma was weer in het land. Vrienden van mij waren er geweest en hadden verteld dat een omhelzing van Amma aanvoelt alsof je door een vrouwelijke incarnatie van God zelf wordt aangeraakt. Daar had ik wel behoefte aan, dus ik ging naar Den Bosch. Lange rijen mensen zaten te wachten voor het altaar – een verhoogd podium – waarop Amma zat. Ik had een rood bonnetje gekregen bij de ingang, wat betekende dat ik pas om 15.00 uur in de rij mocht gaan zitten.

‘Dit doet ze nu al veertien jaar’, zeiden de mensen.
‘Ze eet niet, ze neemt alleen een slokje water af en toe. Ze gaat wel twintig uur achter elkaar door. De hele wereld reist ze over. Ze heeft tot nog toe meer dan twintig miljoen mensen omhelsd. Kun je het je voorstellen?’
Ik kon het me absoluut niet voorstellen.
Tijdens het wachten dompelde ik me onder in de typisch Indiase sfeer van devotie en bedrijvigheid. Ik genoot van de muziek, de wierook en het heerlijke eten dat je voor twee euro per bord kon kopen. Ik kocht voor vijf euro een stukje stof van een sari die Amma gedragen had en grinnikte bij mezelf. Alle opbrengst ging naar de weeshuizen die Amma in India had opgezet, dus ik voelde me er goed bij. Ik hou van India.

Uiteindelijk mocht ik in de rij gaan zitten, en na anderhalf uur centimeter voor centimeter al zittend vooruit te schuiven was ik bijna vooraan en kon ik alvast gaan staan. Er waren nog drie mensen voor mij. Mijn hart bonsde. Twee sannyasins aan weerskanten van het pad instrueerden:
‘Snel lopen, niks tegen haar zeggen, en na de hug meteen weer rechts van het podium af.’
En toen was ik aan de beurt. Ik liep het trapje op en knielde voor haar neer. Ze omhelsde me stevig. Ze rook zoet en zweterig, zoals alleen Indiase vrouwen in sari ruiken. Toen bracht ze haar mond naar mijn oor en fluisterde: ‘Mani mani mani mani mani mani mani mani mani mani mani mani.’
En toen was het afgelopen. Ze liet me los, ik krabbelde beduusd op en verliet het podium aan de rechterkant.

‘Wat zei ze nou?’, vroeg ik aan een sannyasin in een rode jurk die met een vredig gezicht voor zich uit zat te staren.
‘Het klonk als: ‘Mani mani mani’.
‘Echt?’, zei de sannyasin.
‘Ja, soms zegt Amma ook iets tegen de mensen die ze omhelst’, legde hij uit.
‘Daarmee geeft ze je nog meer dan ze al doet door haar omhelzing. Het betekent dat jij extra liefde nodig had.’
Daar was ik het wel mee eens, dat ik extra liefde nodig had. Maar toch snapte het niet.

Money money money?

Had ze me gehypnotiseerd, zodat ik ineens de onbedwingbare behoefte zou voelen om al mijn geld aan haar organisatie te geven? Of vertoonde ik nu dat typisch westerse wantrouwen waar ik zelf zo’n hekel aan had?
Langzaam liep langs alle kraampjes met uitgestalde waar uit India om te kijken of ik een onbedwingbare behoefte voelde om iets te kopen. Niets. Ik was dus niet gehypnotiseerd. En verder voelde ik trouwens ook geen enkel effect van de omhelzing van Moeder Amma. Was dit mijn gebrek aan devotie en spiritualiteit, of was er gewoon niks gebeurd?

Omhelzing van een godin

‘Niet dus’, bedacht ik enigszins teleurgesteld.
Ik ging in de rij staan voor een portie samosa. Deze rij was tenminste niet zo lang. De rug van de persoon tegenover me kwam me bekend voor. Met een schok realiseerde ik me wie het was. Mijn hart sloeg opnieuw op hol, nog heviger dan toen ik voor Amma zat. Langzaam draaide de persoon in kwestie zich om, om te kijken wie er achter hem stond. Alsof hij het voelde. Hij zag me staan en zijn hele gezicht lichtte op. Bij mij gebeurde waarschijnlijk hetzelfde.
‘You!’, riep hij uit. ‘I can’t believe it!’
We vielen elkaar in de armen terwijl de omstanders glimlachten toekeken.
Het was onwaarschijnlijk. Ik had hem jaren geleden ontmoet in India. We hadden een paar weken samen gereisd en toen moest ik weer naar huis. Het afscheid op het vliegveld was hartverscheurend. We waren verliefd, maar we wisten dat we elkaar waarschijnlijk nooit meer zouden zien.
En nu dit. Geen omhelzing van een vrouwelijke incarnatie van God, maar een omhelzing van een goddelijke incarnatie van een man! Ik keek naar Amma op het podium. Heel even kruisten onze blikken elkaar, dwars door die enorme zaal en mensenmassa heen. En toen knipoogde ze naar me.

Veel later vroeg ik hem: ‘Weet jij wat Mani betekent in het Hindi?’
‘Ja’, zei hij.
‘Geluk.’

Delen:

Geef een reactie