De kaars die dacht dat hij vuurwerk was

 

Er was eens een kaars die dacht dat hij vuurwerk was. Het was maar een doodnormale kaars, zo’n witte stompkaars, maar met een droom van spektakel en kleurenpracht. Vanaf het eerste moment dat hij aangestoken werd, verheugde hij zich op het grootse vuurwerk dat hij wist dat hij zou gaan beleven. Hij twijfelde er geen seconde aan, want hij wist diep in zijn hart dat hij voorbestemd was voor grootse dingen.

Hij geloofde dat zijn vuur bedoeld was om iets geweldigs voort te brengen, namelijk een gigantisch vuurwerk. Hij zag zijn bescheiden vlammetje als een ontstekingsmechanisme, waarmee hij op zeker moment aan zou steken waar het werkelijk om ging in het leven: een spectaculair vuurwerk, explosies, fonteinen van regenboogkleuren die de hemel zouden bedekken en waarbij de menigte in katzwijm zou vallen van bewondering. In zijn fantasie hoorde hij de oooooh’s en aaaah’s van de talrijke bewonderaars al. Het deed hem altijd glimlachen van voorpret.

Het was maar een doodnormale kaars, maar dat weerhield hem er niet van om grootse dromen te hebben. Af en toe merkte hij dat zijn lont knetterde en dan dacht hij: ‘Nu gaat het gebeuren! Nu! Het grote vuurwerk gaat beginnen!’
Maar het knetteren duurde altijd maar een paar seconden en daarna gebeurde er niks. Toch bleef onze kaars hoop houden. Hij kon zich gewoonweg niet voorstellen dat zijn hele leven draaide om het produceren van hetzelfde onbetekenende kleine vlammetje, dag in dag uit. Als hij al een heel klein beetje twijfelde soms, dan gaf hij dat niet toe.

Al die tijd ging hij zo op in zijn gedachten en dromen, dat hij geen aandacht schonk aan de vrouw die hem iedere ochtend opnieuw aanstak. Dat hoorde erbij, vond hij, net zoals wij het ook de normaalste zaak van de wereld vinden dat de zon iedere dag opkomt. Wij schenken daar ook geen bijzondere aandacht aan. Deze vrouw kwam iedere ochtend naar het eenvoudige altaar waarop ze hem neergezet had, naast een foto van een klein jongetje. Het ritueel was iedere ochtend hetzelfde. Ze stak de kaars aan, knielde neer en bad. Soms bad ze in stilte, soms hardop. Soms huilde ze.

Het was een opvallend mooie vrouw, met lang gevlochten haar, een sierlijke jurk en een witte zijden sjaal over haar hoofd. De kaars wist niet dat zij de koningin van het land was. Hoe zou hij dat ook kunnen weten? Niemand had het hem verteld en daarnaast was hij ook niet echt geïnteresseerd in wie ze was. Hij was alleen maar aan het dromen over zijn vuurwerk. Als hij geluisterd had naar haar gebeden, dan zou hij begrepen hebben dat de koningin bad voor haar enige kind dat ernstig ziek was. Ze bad vurig voor zijn genezing, iedere dag opnieuw. Via het zachte vlammetje van de kaars sprak ze rechtstreeks tot God en vroeg ze aan hem of hij haar kind in leven kon houden.

Na vele dagen, die voor de kaars een eeuwigheid leken, merkte hij dat zijn vlammetje langzaam kleiner werd en zijn licht langzaam begon te doven. Hij kon zijn twijfels niet meer stoppen.
‘Is dit het nou?’, dacht hij. ‘Dat kan toch niet waar zijn? Loop ik nu mijn bestemming mis? Was het allemaal alleen maar fantasie?’
Het idee dat hij zou sterven voordat zijn grootse dromen werkelijkheid waren geworden, vond hij onverdraaglijk. Maar als hij erover nadacht, moest hij wel toegeven dat ze ook wel heel fantastisch waren en misschien wel schromelijk overdreven. Hier stond hij een beetje te branden in een stille kamer, op een altaar notabene. Hoe zag hij dat eigenlijk voor zich, dat vuurwerk?

Hoe langer hij erover nadacht, hoe meer hij zich schaamde voor zijn onzinnige gefantaseer. Nee, het zou nooit gaan gebeuren, besloot hij. Terstond raakte hij bevangen door een diepe droefheid. Hij stelde niks voor. Hij kon net zo goed uitgaan. Hij was zo bedroefd dat hij zijn lontje liet hangen, waardoor het bijna helemaal in het gesmolten kaarsvet zakte en bijna uitging. Het maakte hem niet meer uit.

Gelukkig kwam net op dat moment de koningin de kamer binnen. Ze liep direct naar de kaars toe. Ze straalde zo dat het zelfs de kaars opviel. Voor het eerst sprak de koningin direct tot de kaars.
‘Lieve kaars, mijn zoon leeft’, zei ze blij. ‘Hij is helemaal genezen. Dankzij jou zijn mijn gebeden verhoord. Dankzij jou kon ik me iedere dag tot God wenden en hem om genezing vragen. Ik ben je eeuwig dankbaar voor je hulp.’
De kaars voelde de gloed van haar dankbaarheid en werd er helemaal warm van. Hij had nooit beseft dat hij de koningin met zoiets belangrijks had geholpen. Ineens voelde hij zich heel gewichtig. Hij was wel degelijk belangrijk en waardevol. Hij had geholpen met het redden van een kind! Hij richtte zijn lontje op, zijn vlammetje ging feller branden en kreeg een mooie oranje gloed, alsof hij wilde laten zien dat hij haar gehoord had.

De koningin vervolgde: ‘Om het te vieren ga ik een groot feest geven, met het meest spectaculaire vuurwerk dat het land ooit gezien heeft. En ik zal het met jouw vlammetje aansteken, al is er nog maar een klein stompje van je over. Want zonder jou was mijn zoon misschien wel gestorven.’
De kaars was met stomheid geslagen. Hij wist niet wat hij hoorde. Vuurwerk? Dus toch?
Toen het bericht van de koningin ten volle tot hem doordrong, welde er een blijdschap in hem op die groter was dan alles wat hij ooit eerder gevoeld had.
‘Dus toch!’ jubelde alles in hem. ‘Ik wist het! Zie je nou wel? Ik was voorbestemd voor een groots vuurwerk! Ik wist het, maar ik wist alleen niet hoe het zou gebeuren. Maar nu is het duidelijk. Nu valt alles op zijn plek.’

Die avond nam de koningin voorzichtig het kaarsstompje mee naar het plein waar het feest plaatsvond. Er was midden op het plein een vuurwerktoren gebouwd die bijna hoger was dan de boomtoppen. Dit had zelfs de kaars niet durven dromen. De koningin stak zoals beloofd met zijn kleine vlammetje de grote toren van vuurwerk aan. Toen deed ze snel een paar stappen achteruit. De vuurwerkshow was in een woord geweldig. De ooooh’s en aaah’s waren niet van de lucht en de hemel was bedekt met een kleurenzee waar de mensen jaren later nog over spraken. Maar niet onze kaars. Toen die avond de laatste vuurpijl de lucht in schoot, blies hij ingelukkig zijn laatste adem uit en doofde zijn vlammetje. Zijn missie was volbracht.

~ Einde ~

 

Sanne Burger
sanneburger.com

Delen:

Een antwoord naar “De kaars die dacht dat hij vuurwerk was”

Geef een reactie